De invoering van de Wet toekomst pensioenen (Wtp) zet het pensioenlandschap op zijn kop. Ook voor gepensioneerden van ING en Nationale-Nederlanden verandert er het nodige. Tijdens een rondetafelgesprek met een vijftal golfende leden en Peter de Bruijne, voorzitter van de Pensioencommissie, werd ingezoomd op enkele kernpunten: de spreidingstermijn, de positie van het gesloten fonds en de gevolgen van de latere overgang naar het nieuwe stelsel.
Wat verandert de Wtp voor gepensioneerden? Daarover is al veel geschreven. In het kort: de kern is dat het pensioen verschuift van een vaste uitkering gerelateerd aan je salaris, naar een vermogen met een bijbehorende uitkering. Iedereen krijgt een eigen “potje”, gebaseerd op het beschikbare kapitaal. Bij de overgang gaat niemand erop achteruit. Integendeel: door de verdeling van de buffer stijgt het pensioen in eerste instantie voor iedereen. Daarna verandert het karakter van het pensioen. De uitkering wordt afhankelijker van beleggingsresultaten en kan daardoor van jaar tot jaar schommelen. Tegelijk wordt een solidariteitsreserve aangehouden die deze schommelingen moet opvangen en worden de resultaten uitgesmeerd over drie jaar.
Volgens de Pensioencommissie blijft de kans op een daadwerkelijke verlaging klein, maar zekerheid maakt wel plaats voor meer beweging. Het pensioen wordt daarmee in de praktijk hoger, maar minder vast.
Spreidingstermijn van 20 naar 10 jaar
Een belangrijk aandachtspunt in het gesprek is de keuze door Pensioenfonds ING (PFI) voor een spreidingstermijn van tien jaar. Die termijn bepaalt hoe bij het invaren de buffer over de “pensioen-potjes” wordt verdeeld. Aanvankelijk lag een termijn van twintig jaar op tafel, maar die is uiteindelijk teruggebracht naar tien jaar. Voor gepensioneerden is dat een wezenlijk verschil. Een kortere spreiding zorgt ervoor dat ouderen iets meer van de buffer in het “potje” krijgen.
De keuze voor tien jaar sluit daardoor beter aan bij de positie van gepensioneerden, ook al blijft het zo dat jongere deelnemers relatief meer ruimte krijgen vanwege hun langere horizon.
Door het verdelen van de forse buffer van PFI worden de pensioenen direct bij het invaren hoger, maar worden positieve en negatieve beleggingseffecten ook sneller verwerkt. Daar staat tegenover dat de solidariteitsreserve als eerste schokdemper fungeert.
PFI: een gesloten fonds
Dat PFI een gesloten fonds is, speelt eveneens een rol in de beoordeling van de nieuwe regeling. Er komen geen nieuwe deelnemers meer bij, waardoor het fonds uiteindelijk zal leeglopen. Dat roept de vraag op wat er gebeurt met het opgebouwde vermogen. In de huidige (oude) situatie blijft een aanzienlijk deel van dat vermogen – de buffer boven de verplichtingen – in feite onaangeroerd, omdat uitkeren fiscaal beperkt is. De nieuwe wet maakt het mogelijk om dat vermogen wél toe te delen. Bij de overgang wordt het beschikbare kapitaal verdeeld over individuele pensioenpotten, terwijl een deel wordt gereserveerd voor solidariteit. Daarmee komt al het opgebouwde vermogen nadrukkelijk ten goede aan de deelnemers en gepensioneerden zelf, in plaats van dat het als collectieve buffer buiten bereik blijft. Dit is vooral gunstig voor de langlevenden en dus de jongeren.
Onder leiding van Ewald Wagenaar sprak Peter de Bruijne, voorzitter van de Pensioencommissie, met initiatiefnemer Hans Roosendaal (Oud-VV/-RVS/-Postbank/-ING) en Leendert Baris (oud- NN/-RVS), Leo de Mol (oud-RVS), Jos van de Velden (oud-VV/-RVS) en Hans Egging (oud-NMB/-ING) in het clubgebouw van de Heelsumse Golfclub.
Onder leiding van Ewald Wagenaar sprak Peter de Bruijne, voorzitter van de Pensioencommissie, met initiatiefnemer Hans Roosendaal (Oud-VV/-RVS/-Postbank/-ING) en Leendert Baris (oud- NN/-RVS), Leo de Mol (oud-RVS), Jos van de Velden (oud-VV/-RVS) en Hans Egging (oud-NMB/-ING) met elkaar in het clubgebouw van de Heelsumse Golfclub.
Wanneer invaren?
De meeste discussie ontstaat over de timing van de overgang, het zogeheten 'invaren'. Waar een groot aantal pensioenfondsen al per 1 januari 2026 is overgestapt, mikt PFI op 1 juli 2027. Dat verschil heeft directe gevolgen voor gepensioneerden. In het gesprek komt herhaaldelijk naar voren dat deelnemers hierdoor mogelijk anderhalf jaar aan verhogingen mislopen. In een periode waarin andere fondsen al profiteren van de nieuwe regels, blijft PFI achter. Dat leidt tot vragen over gemiste indexatie, maar Peter de Bruijne benadrukt dat er gewoon jaarlijks geïndexeerd blijft worden tot aan het invaren.
Wel is de keuze voor één peilmoment bij het vaststellen van het startkapitaal van belang. Als de dekkingsgraad op dat moment lager of hoger uitvalt, werkt dat direct door in het individuele pensioenvermogen. Bovendien speelt leeftijd een rol. Naarmate de overgang later plaatsvindt, verschuiven deelnemers naar een hogere leeftijdscategorie, wat kan leiden tot een relatief lagere toedeling. Dat maakt het uitstel voor oudere gepensioneerden extra voelbaar.
Kansen en onzekerheden
De verklaring voor het latere invaren door PFI ligt volgens de toelichting van het fonds in het besluitvormingsproces en de uitvoeringscapaciteit. De uitvoerder heeft meerdere fondsen tegelijk in transitie en dat beperkt de snelheid. Tegelijk klonk in het gesprek bij de gepensioneerden weliswaar begrip voor deze complexiteit, maar ook nadrukkelijke twijfel of PFI – als financieel sterk en deskundig fonds – niet aanzienlijk meer tempo zou moeten kunnen maken. Juist van een fonds met deze positie wordt voortvarendheid verwacht. Dat spanningsveld tussen begrip en groeiende kritiek verdient een scherpere weergave. Aan de ene kant is er begrip voor de complexiteit van de operatie, aan de andere kant neemt de druk op duidelijkheid en tempo zichtbaar toe.
Het gesprek laat zien dat de nieuwe pensioenregeling voor gepensioneerden zowel kansen als onzekerheden met zich meebrengt. Het vooruitzicht van een hoger pensioen door de verdeling van buffers wordt breed herkend en verwelkomd. Tegelijkertijd roept de combinatie van een later instapmoment en een meer beweeglijke uitkering vragen op over de uitkomst op langere termijn. Juist daarom blijft het van belang dat de ontwikkelingen rond PFI kritisch worden gevolgd en dat gepensioneerden goed geïnformeerd blijven over de keuzes die hun inkomen direct raken.
(Ewald Wagenaar)