Sinds 1 juni is Roeland van Vledder de nieuwe onafhankelijk voorzitter van het algemeen bestuur van Pensioenfonds ING (PFI). Met ruime ervaring in de pensioensector, een achtergrond bij ING en een scherp oog voor menselijke verhoudingen, brengt hij rust, verbinding en continuïteit. Wie is Roeland en wat zijn zijn drijfveren en kijk op de komende jaren?
Roeland (65) woont met zijn vrouw en twee hondjes in Maarssen. Samen hebben zij twee zonen en drie kleinkinderen. “Onze kleinkinderen vormen een belangrijk onderdeel van mijn leven. We zien ze bijna wekelijks; oppasverzoeken komen regelmatig binnen, zeker met het onregelmatige werk van onze zoon die acteur is. We doen het met liefde en plezier.” Zelf groeide Roeland op in het zuiden van het land en begon zijn loopbaan bij de NMB in Maastricht. Na functies op het hoofdkantoor in Amsterdam vestigde het gezin zich in Maarssen, waar ze sinds 1994 wonen.
Wat doe je graag naast je werk?
Een van Roelands grote passies is vliegen. “Als kind wilde ik piloot worden, maar ik dacht dat mijn ogen niet goed genoeg waren. Rond mijn veertigste heb ik alsnog mijn vliegbrevet gehaald.” Inmiddels vliegt hij al 25 jaar, vaak samen met anderen, onder wie mede-eigenaren van het toestel, een CirrusSR20. “Ik heb in Europa gevlogen, maar ook meer dan honderd uur in zuidelijk Afrika.” Zijn liefde voor de luchtvaart vertaalt zich ook in zijn werk: hij is lid van de Raad van Toezicht van een van de KLM-fondsen.
Om vitaal te blijven, wandelt Roeland veel. “We hebben twee hondjes en wandelen graag in Zuid-Limburg. Ik ski nog steeds – en misschien wel beter dan ooit.” Lachend: “Sporten doe ik niet echt, maar ik vlieg. Dat telt voor mij.”
Je bent onafhankelijk voorzitter, wat betekent dat?
Ondanks zijn verleden bij ING is Roeland geen deelnemer in het fonds. “Ik heb indertijd waardeoverdracht van mijn ING-pensioen naar ASR gedaan. Dat was ook een voorwaarde: als onafhankelijk voorzitter mag ik geen enkel belang hebben bij de besluiten van het fonds.
Die onafhankelijkheid sluit goed aan bij het bestuursmodel van PFI, waarin uitvoerende en niet-uitvoerende bestuurders samenwerken. Als voorzitter bewaak ik de balans tussen uitvoering, toezicht
en beleid. Juist door geen directe belangen te hebben, kan ik daar zuiver in opereren.”
Wat valt je op aan PFI?
“Het fonds staat bekend als degelijk en goed georganiseerd. Het heeft een solide financiële positie en een deskundig bestuur. Er werken veel experts op het bestuursbureau. Dat maakt het fonds bijzonder: je kunt gewoon naar kantoor, mensen ontmoeten en samenwerken. Het voelt als een betrokken gemeenschap, eerder een MKB-bedrijf dan een anonieme organisatie. Dat geeft verbondenheid en werkt prettig."
Hoeveel tijd kost deze job je?
Roeland zegt de komende jaren beschikbaar te zijn voor minimaal twee à drie dagen per week. “In de inwerkperiode zat ik vaak drie tot vier dagen per week op kantoor. Ik wilde zoveel mogelijk kennismaken met alle betrokkenen: werkgevers, vakbonden, bestuursleden en medewerkers van het fonds. Dat kost tijd, maar is essentieel.”
Wat breng je mee?
"Als voorzitter wil ik vooral bijdragen aan continuïteit, betrokkenheid en heldere communicatie. We staan voor een grote opgave: de overgang naar het nieuwe pensioenstelsel. Daarbij komt de focus steeds meer te liggen op de deelnemer. We zullen de communicatie steeds verfijnder inrichten en ervoor zorgen dat deelnemers de informatie krijgen die ze echt nodig hebben. Nu al kiezen we op momenten die er echt toe doen voor de een-op-een vorm, al dan niet met digitale ondersteuning of in de vorm van persoonlijke gesprekken."
Naast communicatie is het volgens Roeland essentieel dat de verhoudingen tussen alle betrokkenen goed blijven. “Een goed functionerend bestuur vraagt om onderling vertrouwen en respect. Als voorzitter investeer ik daar bewust in.”
Roeland, geboren in Tilburg, gehuwd en de trotse vader en opa van twee kinderen en drie kleinkinderen, woont in Maarssen. Hij startte zijn loopbaan als jurist bij NMB en werkte tot 2006 in diverse rollen binnen ING, zowel in het bank- als in het verzekeringsbedrijf en zowel nationaal als internationaal. Sinds 2012 werkt Roeland zelfstandig en houdt hij zich bezig met bestuurlijke en toezichthoudende functies in de verzekerings- en pensioensectoren. Op de PFI-site staat een duo-interview met Roeland en de scheidende PFI-voorzitter Hans van der Knaap.
Hoe groot is de 'klus' van de pensioenhervorming eigenlijk?
“Het is een enorme klus. Niet alleen vanwege de omvang en impact, maar ook omdat we dit in Nederland nog nooit eerder hebben gedaan. Alles moet opnieuw worden uitgevonden. Er zijn veel partijen betrokken: van sociale partners tot politiek, van deelnemers tot toezichthouders. En het moet zorgvuldig, stapsgewijs en foutloos gebeuren. De implementatie duurt zo’n zes tot acht jaar. In die periode moeten we blijven uitleggen wat we doen, waarom en voor wie. Ook financieel heeft deze operatie gevolgen. We maken extra kosten, zowel bij adviseurs als bij de uitvoeringsorganisatie. Dat is nodig om het proces goed te laten verlopen. De kosten zullen geen significante invloed hebben op de hoogte van de pensioenen van deelnemers.”
Hoe kijk je aan tegen de gedaalde dekkingsgraad?
Roeland benoemt de gedaalde dekkingsgraad als gevolg van het harmoniseren van regelingen. “Iedere deelnemer kreeg daarbij een verhoging van het pensioen van twaalf procent. Daardoor daalde het dekkingspercentage, maar daar staat iets positiefs tegenover. Bij de overgang naar het nieuwe stelsel verwacht ik opnieuw een verhoging. De buffers worden deels uitgekeerd. Dat kan niet in het huidige pensioenstelsel. Tegelijk verdwijnt de jaarlijkse indexatie en komt het rendement van beleggingen centraal te staan. We zullen ook wat meer, maar verantwoorde, risico’s nemen, in lijn met de uitkomsten van het risicopreferentieonderzoek onder deelnemers. Voor oudere deelnemers nemen wij minder risico dan voor jongere deelnemers. Hiermee kunnen we hogere beleggingsrendementen behalen, maar is er ook meer kans op een jaar met een minder goed of negatief rendement. Overigens worden de pensioenen, net zoals nu, eens per jaar aangepast. We beschermen de pensioenuitkeringen tegen dalingen met een solidariteitsreserve en met het uitsmeren van rendementen over drie jaar. Dat biedt geen garanties, maar ook in het nieuwe stelsel blijven we streven naar een door de jaren heen waardevast pensioen."
Wat vind je van een spreidingstermijn van twintig jaar?
"Over de spreidingstermijn is recent veel gesproken en lopen ook nu nog besprekingen. Uiteindelijk gaat het erom dat we een evenwichtige uitkomst bieden voor zowel gepensioneerden als slapers. We verwachten in het najaar meer duidelijkheid te kunnen geven.”
Communicatie is belangrijk, maar hoe ga je dat met zeventigduizend deelnemers doen? Ben je voor nieuwe vormen van deelnemersparticipatie?
"Ik ben zeker voor deelnemersparticipatie. Maar het blijft lastig om deelnemers actief te betrekken, zeker als het goed gaat. Toch geloof ik in vormen van tweerichtingsverkeer: kleinschalige bijeenkomsten, digitale sessies of doelgerichte panels. Niet met zeventigduizend mensen tegelijk, maar persoonlijker. De vragen van deelnemers die Pensioenfonds ING ontvangt, bespreken we ook aan de bestuurstafel. Ik vind het belangrijk om de gesprekken die deelnemers met elkaar hebben te volgen, zoals bijvoorbeeld in onze panels.”
Tot slot?
Roeland kijkt uit naar verdere kennismaking met de ledenverenigingen VO-ING en VO-NN. “Ik wil de relatie met alle betrokkenen goed onderhouden, dus ook met de verenigingen van oud-medewerkers. De afspraken met beide voorzitters staan al in de agenda. Als het past, kom ik graag langs voor kennismaking of deelname aan een bijeenkomst. Zo geef ik invulling aan mijn rol: verbindend, open en gericht op samenwerking.”
Ewald Wagenaar