Oud-collega Jan Nijssen draait al meer dan 40 jaar mee in de pensioenwereld, waarvan zeven jaar als hoofd van ING Global Pensions. Hij maakte deel uit van de Commissie Frijns, die in opdracht van de overheid het beleggingsbeleid en risicobeheer van Nederlandse pensioenfondsen onder de loep nam. Wie kan er beter een objectieve blik werpen op de ontwikkelingen in pensioenland en de rol van financiële instellingen dan hij?
Wanneer ik hem in Den Haag bezoek voor dit interview, installeren wij ons in de tuin. Een prachtige plek om van het mooie weer te genieten, terwijl we serieuze onderwerpen aansnijden. Jan oogt ontspannen – net terug van een wandeltocht over delen van de Camino. Het herinnert me direct aan onze tijd bij ING. Toen liep hij, waar ter wereld we ook waren, elke ochtend een rondje hard voordat zijn werkdag begon.
Als thema voor ons gesprek laat Jan me een boekje zien met de titel Pensioen: Onzekere Zekerheid. Ik herken het direct, het staat ook bij mij in de boekenkast.
Dat rapport begint met de constatering dat de omgeving waarin pensioenfondsen opereerden rond 2010 sterk was veranderd. Waaruit bleek dat?
“Begin jaren negentig kon het niet op in de pensioenwereld. Het leidde tot drie dingen. Ten eerste het idee dat pensioen ‘gratis’ zou zijn dankzij het dubbelcijferige rendement op de beleggingen. Ten tweede dat de uitgangspositie van de fondsen zo riant was dat de pensioenregeling steeds verder verbeterd kon worden. Ten derde dat we steeds eerder met pensioen konden gaan. Sommige politici meenden zelfs
dat de fondsen te rijk werden. Het was de tijd van de zogenaamde greep in de kas van het ABP. De financiële ruimte van dat fonds werd gebruikt voor verlaging van het financieringstekort”.
Wanneer kwam de omslag?
“Het eerste crisisje was in 1998, de zogenaamde Indonesië-crisis. Iedereen schrok zich te pletter, maar een paar maanden later was het weer verdwenen. De echte schok kwam pas door de internetcrisis in 2000. Dat was een harde botsing met de realiteit. Toen kwam het besef: we kunnen er niet vanuit gaan dat die beleggingsopbrengsten eeuwig zo door zullen lopen. Dat werd een beetje achter de schermen opgelost in pensioenland. Eindloonregelingen werden massaal vervangen door middelloonregelingen en, waar ik me nog steeds boos om kan maken, nabestaandenregelingen werden zo’n beetje gehalveerd.”
Juist in die tijd timmert ING druk aan de weg als pensioenuitvoerder
“Klopt. Als CEO ING Central Europe en Head ING Global Pensions was ik daar nauw bij betrokken. Het was de tijd waarin tien voormalige Oostbloklanden, waaronder Hongarije, Polen, Slowakije en Tsjechië, zich opmaakten voor toetreding tot de EU, die in 2004 ook plaatsvond. In al die landen vonden pensioenhervormingen plaats. Het communistische systeem van staatspensioen werd vervangen door private pensioenstelsels met verplichte premieafdracht, maar vrijheid in de keuze van uitvoerder. Daar sprongen wij op in. Met ING Global Pensions hadden wij een klein team van toegewijde mensen, dat beschikte over alle expertise die nodig was. In veel landen konden we overheden, toezichthouders en marktpartijen voorzien van onze pensioenkennis en expertise. Daarnaast ondersteunden wij onze ING-bedrijven wereldwijd op het gebied van pensioenen. We waren succesvol. De waarde van de nieuwe business was behoorlijk groot.”
En toen kwam de kredietcrisis
“Toen was ik al bij ING weg. In 2006 werd ik senior partner van Montae, een onafhankelijk pensioenadviesbureau, tegenwoordig onderdeel van Söderberg & Partners, waar ik nu kwartiermaker ben. Vanuit die rollen heb ik wel gezien wat de kwetsbaarheid van het stelsel van aanvullende pensioenen was. Het resulteerde in de Commissie Goudswaard die de toekomstbestendigheid van het stelsel moest bezien en in de Commissie Frijns, waar ik in zat, die keek naar de risicobeheersing. Het resulteerde in het besef dat aanpassingen nodig waren.”
Wat raakte je vanuit die andere rollen het meest?
“De koudwatervrees om noodzakelijke veranderingen door te voeren. En tot op de dag van vandaag is relevante communicatie een ‘uitdaging’. Hoe de kracht van het collectief te combineren met individueel inzicht, risicobesef (zowel bereidheid als capaciteit), advies geven over de financiële situatie nu en later, en (on)mogelijkheden om als individu tijdig in actie te komen. Een voorbeeld van toen is de aftopping, zeg maar maximering, van het pensioengevend salaris. Het salaris waarover je pensioen mocht opbouwen werd opeens begrensd op 100.000 euro. Wat de werkgever aan premie bespaarde, kreeg je als salaris uitbetaald met de bedoeling dat je daarvan zelf voor een aanvullend pensioen ging sparen. Maar wie heeft dat nou gedaan? De meesten beschouwden het als een leuke salarisverhoging.”
Wat zijn de gevolgen volgens jou?
“Als je Nederlanders vraagt “Waaruit bestaat uw pensioen?” dan zullen de meesten antwoorden: uit mijn AOW en wat ik van mijn werkgever krijg. Echter de betekenis van die tweede pijler voor het pensioen is groot maar wel tanende. We gingen van eindloon naar middelloon en er kwam een aftopping en onder de Wet toekomst pensioenen (Wtp) gaan we van toegezegde uitkering naar een uitkering die is gebaseerd op de betaalde premies en beleggingsresultaten. Slechts weinigen zullen zeggen dat ze ook iets aanvullends hebben geregeld, in de derde pijler, terwijl de fiscale ruimte in de derde pijler aanzienlijk is toegenomen. En de gevolgen gelden zeker ook voor veel zzp’ers.”
De voorstanders van die wijziging stellen dat het huidige pensioen ook al nooit gegarandeerd was
“Dat klopt. Daarom had het rapport van de Commissie Frijns ook als titel ‘Onzekere zekerheid”. Die titel heb ik zelf verzonnen en is later ook gebruikt voor het boek van Montae dat ik je aan het begin van ons gesprek liet zien. Maar de onzekerheid neemt onvermijdelijk toe. Het wordt zekere onzekerheid”.
Wat is daarbij jouw advies aan de huidige en toekomstige oud-medewerkers van ING?
“Pensioen wordt nooit meer wat het ooit leek te zijn. Neem zelf meer verantwoordelijkheid. Doe aan financial planning. Dan bedoel ik niet financial planning als product, maar als hulpmiddel om je financiële situatie in kaart te brengen, je inzicht te geven in wat je mag verwachten en wat je eraan kunt doen om er verandering in te brengen als dat toekomstbeeld je niet bevalt. Die mogelijkheden zijn er, de instrumenten daarvoor ook maar die worden nog onvoldoende onderkend en benut”.
(Hasko van Dalen)
Jan (Leiden,1953) kwam in juli 1978 als econometrist dienst bij Nationale-Nederlanden en vervulde daar diverse functies, waaronder directeur NN Leven. In juli 1997 stapte hij over naar bestuur ING NL en werd in 2000 CEO Central Europe. Van 2003 tot 2005 was hij tevens Hoofd ING Global Pensions. Daarna werd hij van 2006 tot eind 2019 senior partner van Montae, een onafhankelijk pensioenadviesbureau, tegenwoordig onderdeel van Söderberg & Partners, waar hij sinds 2020 kwartiermaker is. Zowel in Nederland als in het buitenland heeft Jan toezichthoudende functies in de financiële sector vervuld en was hij maatschappelijk actief in India met onder meer de opzet van het aanvullend pensioensysteem Madurai en het bedrijfsmodel voor tuktuk-eigenaren.
Jan woont in Den Haag en is getrouwd met Mieke. Ze hebben twee kinderen en een kleinkind.