140 jaar

na de

Rijkspostspaarbank

Dit jaar is het 140 jaar geleden dat de Rijkspostspaarbank werd opgericht. Een ‘non profit’, nutsinstelling ter bevordering van het sparen in Nederland, vanaf 1 april 1881 operationeel in Amsterdam en feitelijk de oudste rechtsvoorganger van de huidige ING.

Aan het eind van de 19e eeuw groeide in Nederland het besef dat de staat het sparen moest bevorderen. Er was een gebrek aan mogelijkheden en stimulans van de bevolking voor het sparen voor een appeltje voor de dorst of een pensioen. Particuliere, lokale spaarbanken waren beperkt open en niet goed toegankelijk voor bijvoorbeeld arbeiders, ambachtslieden, boeren, dienstboden en kleine middenstanders. Parlement Over het gebrek aan een spaarbank voor de gewone man, werd van ca. 1870 tot 1880 een maatschappelijke en parlementaire discussie gevoerd. De stemmen vóór een door de staat op te richten spaarbank werden steeds luider. In navolging van Engeland, waar sinds 1861 een ‘Post Office Savings Bank’ met succes gebruik maakte van de postkantoren, werd in 1880 in Nederland de instelling van een postspaarbank in het parlement behandeld. Het wetsontwerp voor de instelling van een rijkspostspaarbank werd in 1880 in het Nederlandse parlement aangenomen, op 1 april 1881 trad de wet in werking. Stadhouderskade De Rijkspostspaarbank was in Amsterdam gevestigd. De eerste huisvesting (een directeur met vijf ambtenaren) vond de Rijkspostspaarbank hier aan de Stadhouderskade. In dit kantoor werd de centrale administratie gevoerd, het bijhouden van de rekeningen-courant en de tegoeden van de spaarders. Het sparen zelf gebeurde via de postkantoren. Daar meldde de spaarder zich aan, stortte zijn spaargeld en nam het weer op. De mutaties werden bijgehouden in een spaarboekje. Eenmaal per jaar moesten de spaarders hun spaarboekje naar het hoofdkantoor sturen voor het bijschrijven van de rente.

image

Schoolspaarkaart (met postzegels van 1 cent), Rijkspostspaarbank, Hulst, 1886.

Spaarbankboekje, Rijkspostspaarbank, model 1934. Spaarboekje nr. 45669 postkantoor Amsterdam Oost, uitgegeven op 8 april 1937 met rentebijschrijvingen en uitbetalingen periode 1940-1941.

Affiche ‘Automatisch girosparen’, Rijkspostspaarbank, 1951. Ontwerp: Wim Brusse.

Schoolsparen De Rijkspostspaarbank was een doorslaand succes. In 1900 was zij de grootste spaarbank van Nederland. Dit kwam door de staatsgarantie voor het terugbetalen van de spaargelden en de goede bereikbaarheid van de postkantoren met hun ruime openingstijden. Daarnaast probeerde de Rijkspostspaarbank aan te sluiten bij de behoefte van het publiek. Al vanaf de oprichting was het sparen in kleine bedragen mogelijk, bijvoorbeeld met postzegels van vijf cent op spaarkaarten. Ten behoeve van schoolsparen werden in 1882 zelfs formulieren voor zegels van één cent ingevoerd. Van Baerlestraat De groei van de spaarbank (eind 1901 waren er 897.000 spaarbankboekjes in omloop) leidde tot een toename van werkzaamheden en ambtenaren op het hoofdkantoor. In 1897 werd daarom aan de rand van Amsterdam aan de Van Baerlestraat een stuk grond gekocht voor de bouw van een administratiekantoor. Het nieuwe gebouw kwam in 1901 gereed en werd in gebruik genomen door inmiddels 168 medewerkers. Op dit adres was de Rijkspostspaarbank het grootste deel van haar bestaan gevestigd (1901-1981).

image

Middenlokaal Afdeling Rekening Courant van de Rijkspostspaarbank, ca. 1898. Foto: M. Büttinghausen (Amsterdam).

Hoofdkantoor Rijkspostspaarbank, Van Baerlestraat, Amsterdam, ca. 1965.

Postbank Om te kunnen concurreren met de commerciële handelsbanken werd het in de tweede helft van de 20ste eeuw noodzakelijk voor de Rijkspostspaarbank om te gaan samenwerken met de Postcheque- en Girodienst. Met automatisering, een meer marktconforme rentevergoeding en commerciële samenwerking als Postgiro/Rijkspostspaarbank, weten de Rijkspostspaarbank en Postgiro hun populariteit en bestaansrecht als de makkelijke en goedkope “thuisbank” voort te zetten. Als financiële overheidsinstellingen leidden het gebrek aan slagkracht en concurrerende mogelijkheden op de zakelijke markten uiteindelijk tot hun samengaan en de oprichting van de geprivatiseerde Postbank in 1986. De Postbank fuseerde in 1989 met de Nederlandsche Middenstandsbank (NMB) tot de NMB Postbank Groep die op zijn beurt in 1991 een fusie aanging met Nationale Nederlanden, wat resulteerde in de Internationale Nederlanden Groep, ofwel ING. Theo Kamphuis en Jacoline Bodewes, Bedrijfshistorisch Archief ING historical.archive.nl@ing.com