PFI-directeur Peter van Meel: “Iemand die graag wil dat iedereen de kans krijgt en neemt om zich te ontwikkelen.”

“We moeten blijven opletten”

PFI directeur Peter van Meel over de wijziging van het pensioenstelsel:

Wie is Peter van Meel, algemeen directeur van het Bestuursbureau en uitvoerend bestuurslid bij Pensioenfonds ING (PFI)? Nu eens geen beschouwingen over beleid, indexaties of resultaten, maar een kennismaking met de man achter de schermen.

Peter van Meel (49) volgde anderhalf jaar geleden Aldrik Venemans op. Door de coronacrisis werkt hij net als de collega’s al sinds het voorjaar zoveel mogelijk thuis. “En dat gaat nog wel even duren.” Hij wekt een vriendelijke, toegankelijke en aimabele indruk. Peter, zelf een ‘slaper’ bij PFI, zegt over zichzelf: “Iemand die gelukkig getrouwd is en die een uit Nicaragua geadopteerde dochter van 14 heeft. Ik werkte tot 2013 zestien jaar bij NN als risk manager en actuaris, ooit nog onder Piet Welten. Daarna startte ik als zelfstandige een actuariële consultancy. In een deel van mijn tijd doe ik dit werk nog steeds vanuit mijn woonplaats Gouda. Ik werk op het grensvlak van pensioen, schade en inkomen.” Bevalt PFI? “Heel goed. Mij valt op dat de mensen van het Bestuursbureau ontzettend veel kennis en betrokkenheid hebben. Ze willen gewoon het beste. Ze streven ernaar om de PFI-deelnemers en hun behoeften centraal te stellen. Niet voor de deelnemers denken, maar ze eerst vragen wat ze belangrijk vinden.” En wat vinden PFI-deelnemers belangrijk? “Ze willen weten hoe het zit met indexaties. Hoe loopt het nu, krijg ik het ook? Er is zorg. Verder zitten we in de afrondende fase van het project ‘Wij werken aan uw pensioen’. Hierbij hebben we 70.000 brieven verstuurd zodat iedere deelnemer de bedragen ziet per pensioensoort volgens de oude en de nieuwe regeling. Niemand gaat er in waarde van zijn pensioen op achteruit, maar er leven natuurlijk wel vragen. Het Pensioenloket is daarvoor extra bemenst. Er is al de nodige communicatie geweest met bepaalde groepen. Het was een groot, complex en noodzakelijk project.” Hebben deelnemers er financieel voordeel van? “We doen dit project vooral om de administratie te optimaliseren. Door deze aanpassing zijn er voor deelnemers bijvoorbeeld ruimere keuzemogelijkheden en is de administratie minder foutgevoelig. Als hiermee de kosten per deelnemer lager uitvallen, komt dat ten goede van het pensioenvermogen. Dat leidt uiteindelijk tot een zekerder pensioen.” Hoe tevreden ben je over de klanttevredenheid, 7,9 gemiddeld in 2019? “Daarover ben ik tevreden, al is het alweer een jaar oud. Ik ben wel benieuwd wat het cijfer is als het project ‘Wij werken aan uw pensioen’ is afgerond. Wat me opvalt is dat er wat spreiding in waardering is tussen verschillende deelnemersgroepen. Hoe bereiken we iedereen? We moeten de communicatie nog meer afstemmen per doelgroep. Bijvoorbeeld op de website.”

“Niet voor de PFI-deelnemers denken, maar ze eerst vragen wat ze belangrijk vinden.”

Zijn er meer verbeterpunten voor PFI? “Het zou mooi zijn als we de deelnemers meer en sneller zouden kunnen betrekken bij wat er speelt binnen het fonds. Dat kan bij uitstek digitaal, maar we hebben niet van iedereen e-mailadressen. We zouden digitaal bijvoorbeeld direct naar animatiefilmpjes kunnen verwijzen. Toch zullen we nooit iedereen digitaal bereiken.” Wat voor type manager ben je? “Ik ben niet iemand die er bij collega’s overal bovenop zit. Wel iemand die graag wil dat iedereen de kans krijgt en neemt om zich te ontwikkelen. Ik bepaal samen met medebestuurder Wim van Iersel niet eenzijdig wat goed is. Sturen doe je door elkaar de juiste vragen te stellen. Ik ben daarbij niet de allesbepalende persoon.” Wat is je levensmotto? “Belangrijk is samenwerken en respect hebben voor elkaar. Dat betekent dat je luistert naar de ander, ook als die een afwijkende mening heeft. Geef elkaar de ruimte om te zijn wie je bent. Dat werkt ook zo op de werkvloer.” Hoe ervaar je het contact met VO-ING, VO-NN? “Goed. We hebben regelmatig overleg. Er is bijvoorbeeld contact met de Pensioencommissie rond het project ‘Wij werken aan uw pensioen’. Ik vond het leuk om de leden en deelnemers te ontmoeten en hun feedback te horen. Wat opvalt is hun bezorgdheid over de pensioenen en of ze hun indexatie krijgen. En natuurlijk de verhalen van vroeger.” En met het Verantwoordingsorgaan” “Goed. Het VO is positief kritisch, geen ja-en-amen-zegger. Ze stellen de goede vragen. We worden door hen uitgedaagd. Ze maken ons ervan bewust dat we onze motivatie bij wat we doen goed moeten vastleggen en dat we daarover met elkaar in gesprek moeten blijven.” Welke accenten in het uitvoeringsbeleid van PFI ga je leggen? “We willen alles wat minder complex maken. We willen daarom meer uitgaan van de marktstandaard in systemen. Als er wijzigingen in pensioenwetgeving komen, zijn we beter voorbereid en niet afhankelijk van maatwerk.” Tot slot: wat verwacht je van de wijziging in het pensioenstelsel voor PFI? “Het is als kijken in een glazen bol; wazig. De akkoorden moeten nu uitgewerkt worden in wetgeving. Wat het precies voor PFI betekent, is nog onduidelijk. Wat er nu ligt is vooral voor de grotere bedrijfstakpensioenfondsen, zoals de afschaffing van de doorsneepremie. Wat de gevolgen gaan zijn voor de ondernemingspensioenfondsen, zoals PFI, moeten we zorgvuldig in de gaten blijven houden. We willen weten wat er gebeurt en niet dat er dadelijk iets in de wetten staat waarmee we niet kunnen werken. Ik kan echt nog geen goede inschatting maken wat het akkoord voor ons gaat betekenen. Aan de ene kant denk ik dat het niet veel zal zijn omdat ons fonds gesloten is. Aan de andere kant heb ik het in pensioenland ook wel eens zien gebeuren dat er plotseling een andere afslag wordt genomen en dat alles de niet-wenselijke kant opgaat. Vandaar dat we er bovenop zitten. We moeten blijven opletten.” (Ewald Wagenaar)